| Dutch |
alleen, baanvlak, besturen, bevoegdheid, billijk, brengen, correct, dadelijk, de weg wijzen, direct, dirigeren, een paar vormend, eender, eerbaar, effen, effenen, egaal, egaliseren, enkel, even, fair, gedrag, gegrond, geleiden, gelijk, gelijk hebbend, gelijkmaken, gelijkmatig, geregeld, goed, helder, houding, incidenteel, juist, kiet, kuis, leiden, live, maar, mennen, meteen, naar rechts, net, ogenblikkelijk, okay, okee, okй, op staande voet, overeind, pal, pas, precies, prompt, puur, quitte, recht, rechter-, rechtop, rechtsaf, rechtsom, rechtstreeks, rechtvaardig, regelmatig, rein, reisplan, richten, rondleiden, route, schielijk, schoon, slechten, slechts, steevast, straks, subiet, toevallig, tracй, uitsluitend, vandehands, vlak, vlakken, voeren, wandel, weg, zedig, zelfs, zindelijk, zo, zojuist, zoлven, zuiver, aanstonds, baan, direct |