| Dutch |
aanplanten, aanstelling, aanvechting, aanvoeren, aanvraag, aanvragen, aanwijzing, afspraak, akkoord, ambt, arbeid, arbeidsplaats, baan, begaafdheid, benoeming, beplanten, bestel, bestellen, bestelling, bestrijken, betrekking, bevel, bevelen, bevelschrift, boodschap, commanderen, commando, commissie, consigne, courtage, decoratie, emplooi, ereteken, gave, gebod, gelasten, geneigdheid, gesteldheid, gewas, het bevel voeren, inrichting, instructie, karwei, kloosterorde, klus, kort, kortstondig, kraal, lust, maatregel, missie, neiging, omheind terrein, onderricht, onderwijs, ontwikkeling, opdracht, opeenvolging, opgave, orde, order, plaats, plant, planten, poten, rangorde, regeling, rendez-vous, richting, ridderorde, schikking, sommatie, sommeren, stelsel, stemming, strekking, stroming, systeem, taak, talent, tendens, tendentie, trend, verordenen, verordening, volgorde, voorschrijven, werk, werkkring, wilsbeschikking, zending, zetting, zin, aaneenschakeling, aanleg |