| Dutch |
aanaarden, aandoen, aangelegenheid, aanlanden, aanrichten, aardbodem, aarde, aarden, aardrijk, aards, achtergrond, affaire, baas, base, baseren, basis, bekladden, beleggen, bevlekken, bevuilen, beweegreden, bezoedelen, bips, bodem, dalen, ding, doctorandus, doen, drijfveer, etage, fond, gemeen, geval, goedje, graafschap, grond, gronden, grondslag, grondtal, grondvlak, grootmeester, heer, houden, infaam, klei-, kont, laag, laaghartig, land, landen, laten, laten doen, licentiaat, magister, maken, materie, maлstro, meester, meester worden, met de aarde verbinden, motief, naamval, neerstrijken, onder de knie krijgen, ondergrond, onderkant, oorzaak, open veld, patroon, platteland, rede, reden, schunnig, smetten, spul, stichten, stof, substantie, term, terrein, teweegbrengen, uitschrijven, van klei, verdieping, verontreinigen, veroorzaken, verstand, vlekken, vloer, voedingsbodem, vuig, vuilmaken, wereld, zaak, zelfstandigheid, zitvlak, aan land gaan, aarde |
| Russian |
грунт, грязниться, гуща, земля, зубрить, местность, на берег, наскочить на мель, обосновывать, обучать, осадок, основание, основывать, парк при доме, подавлять, почва, приземляться, причина, пятно, трудиться, угнетать, фон, вертеть ручку "чего либо", грязнить |