| Dutch |
aanpassen, aantrekken, actieradius, adapteren, adstructie, afstemmen, amper, banketteren, beknopt, bekrompen, bepalen, beslist, bevestigen, bewerken, bewijs, bloot, bondig, categorisch, coherent, consequent, degelijk, determineren, deugdelijk, drukproef, dun, eng, feest, feestmaal, feestviering, ferm, festijn, festival, festiviteit, firma, fixeren, flink, fors, fuif, gauw, gedegen, gelag, gevestigd, gezwind, haastig, handelsfirma, handelshuis, hard, hecht, herstellen, in allerijl, karig, kernachtig, kort, krap, kwalijk, leunen, luchtig, mager, maken, naakt, nauw, nauwelijks, nauwkeurig bepalen, nauwsluitend, onbedekt, ondersteunen, onopgesmukt, pal, partij, pertinent, potig, radius, repareren, robuust, samenhangend, schaars, schielijk, schikken, schraal, schragen, schriel, smal, smulpartij, snel, solide, spaakbeen, spoedig, sprietig, sterk, steunen, stevig, stipt, stoer, strak, strakker aantrekken, streng, strikt, struis, stutten, summier, teken, ternauwernood, tuigeren, vast, vasten, vastmaken, vaststellen, vastzetten, verhelpen, verstellen, verstevigen, viering, vlug, zakelijk, aandraaien |