| Dutch |
aansluiten, afbinden, afdammen, afsluiten, band, bar, barriиre, behoudens, belemmeren, beletten, bende, binden, binding, boekdeel, briket, cafй, das, deel, doorkruisen, drenkplaats, geluidsband, geluidssterkte, herberg, horde, inhoud, kroeg, lint, meren, met een band omgeven, onderbinden, reep, riem, schare, scheidsmuur, storen, stremmen, strip, strook, stropdas, stuwen, tapperij, toebinden, troep, tuigeren, vastbinden, vastleggen, vastmaken, verbinden, verhinderen, verhoeden, versperren, versperring, volume, windsel, aanbinden, band |