Dictionary for English, Malay, chines, Indonesian, Japanese, etc
Results
Malay>English
naikascend, climb, ride, rise
Translation
Dutch aandrijving, aangroei, aangroeien, aanloop, aanpakken, aanrijden, aanrukken, aanwakkeren, attenderen op, attent maken op, beklimming, bespoedigen, bestijgen, beuren, bevorderen, bieden, bijschuiven, chaufferen, dresseren, drijven, een lied aanheffen, een wenk geven, fokken, functioneren, gaan, gaan naar, gaan staan, genaken, groeien, grootbrengen, hardlopen, heffen, het doen, hollen, in aantocht zijn, in zijn werk gaan, influisteren, inzetten, karren, klauteren, klimmen, kweken, lenen, lopen, naar boven gaan, naar voren brengen, nabij komen, nader treden, naderbij komen, naderen, navigeren, opdrijven, opfokken, opgaan, ophalen, ophogen, opjagen, opkomen, opkweken, opleiden, oplopen, opmarcheren, opmars, opperen, oprichten, oprijlaan, oprit, opschieten, opstaan, opvoeden, promoveren, racen, reiken, reis, rennen, rijden, rijzen, snellen, sterker worden, stijgen, suggereren, telen, terugzetten, tillen, tocht, toename, toenemen, toer, trip, uitbouwen, uitbouwing, uitbreiden, uitlenen, uitloven, varen, veld winnen, vergroten, vergroting, verhaasten, verheffen, verhogen, vermeerderen, vermeerdering, verrijzen, versnellen, vervoeren, vervroegen, vlotten, vlucht, voordragen, voorrijden, voorschieten, voorslaan, voorstellen, voortdrijven, voortgang, vooruitbrengen, vooruitgaan, vooruitgang, voorwaarts gaan, vorderen, vordering, wassen, werken, zich uitstrekken, zich voordoen, aanbieden, aandrijven, beklimmen
English ascend, climb, ride, rise
Germanansteigen, anstieg, aufgang, erhцhung, ersteigen, fahrt, klettern, klimmen, reiten, ritt, steigen, anlaufen, erklettern, fahren
Greek ανατέλλω, ανάβαση, αναρριχώμαι, ανατέλλω, καβαλλικεύω
Italian sorge, ascendere, sorge
Latin orior oriri ortus, scensum, escendo, orior
Norwegian steget, bestige, klatre, ri, steget
Polishwzrost, jazda, piąć się, wzrost
Portuguese cavalga, remontais, trepais
Russian виться, восставать, восход, вставать, езда, ехать верхом, начало, повышение, подниматься, подъем, прогулка, происходить, просхождение, усиливаться, в экипаже, взбираться, возвышаться, восходить
Serbian jahanje, muciti, povisica, uspon, voznja, dizanje, dizati se, gaziti, penjati se
Spanish subir, ascendemos, elevбndose, escalamos, montar
Swahili amka, amka, kwea, paa, rakibu
Swedish steg, bestiga, red, steg