| Dutch |
aandrijving, aangroei, aangroeien, aanloop, aanpakken, aanrijden, aanrukken, aanwakkeren, attenderen op, attent maken op, beklimming, bespoedigen, bestijgen, beuren, bevorderen, bieden, bijschuiven, chaufferen, dresseren, drijven, een lied aanheffen, een wenk geven, fokken, functioneren, gaan, gaan naar, gaan staan, genaken, groeien, grootbrengen, hardlopen, heffen, het doen, hollen, in aantocht zijn, in zijn werk gaan, influisteren, inzetten, karren, klauteren, klimmen, kweken, lenen, lopen, naar boven gaan, naar voren brengen, nabij komen, nader treden, naderbij komen, naderen, navigeren, opdrijven, opfokken, opgaan, ophalen, ophogen, opjagen, opkomen, opkweken, opleiden, oplopen, opmarcheren, opmars, opperen, oprichten, oprijlaan, oprit, opschieten, opstaan, opvoeden, promoveren, racen, reiken, reis, rennen, rijden, rijzen, snellen, sterker worden, stijgen, suggereren, telen, terugzetten, tillen, tocht, toename, toenemen, toer, trip, uitbouwen, uitbouwing, uitbreiden, uitlenen, uitloven, varen, veld winnen, vergroten, vergroting, verhaasten, verheffen, verhogen, vermeerderen, vermeerdering, verrijzen, versnellen, vervoeren, vervroegen, vlotten, vlucht, voordragen, voorrijden, voorschieten, voorslaan, voorstellen, voortdrijven, voortgang, vooruitbrengen, vooruitgaan, vooruitgang, voorwaarts gaan, vorderen, vordering, wassen, werken, zich uitstrekken, zich voordoen, aanbieden, aandrijven, beklimmen |