| Dutch |
aaien, aambei, aanboren, aanflitsen, aanfloepen, aangaan, aanhalen, aanhaling, aanslaan, aanstoot geven, beroerte, bestseller, boel, choqueren, drom, furore, haal, halen, hooiopper, hoop, houwen, imponeren, indruk maken op, inslaan, klap, klappen, klets, klop, kloppen, kwetsen, liefkozen, liefkozing, massa, menigte, ontbranden, ophaal, opper, opschudden, opvallen, raken, schare, schelf, schokken, schop, schoppen, schrap, schreef, schudden, schuiven, shock, slaan, slag, staken, staking, stapel, streek, streep, strelen, streling, strijken, tas, teisteren, tik, trap, trappen, treffen, troep, veeg, werkstaking, wortel schieten, wrikken, aai |