| Dutch |
aanbelangen, aangaan, aangelegenheid, aanslaan, aanstoot, agitatie, alarm, alarm slaan, alarmeren, alarmsein, angst, bang maken, beangstigen, bedroefdheid, bedroeven, behartiging, bekommernis, bel, belang, belangrijkheid, belemmeren, benauwen, beroering, betekenis, betreffen, beweging, bezorgd zijn, bezorgdheid, bezwaar, consternatie, droefheid, ergeren, ergernis, gejaagdheid, gelden, getier, gisting, grieven, gкne, herrie, hinder, hinderen, kommer, last, mistroostigheid, moeilijkheid, noodsein, onraad, onrust, onthutsen, ontstellen, ontsteltenis, ontzetten, ontzetting, opgave, opschudding, overlast, probleem, raken, rel, roerigheid, rusteloosheid, rustverstoring, saxofoon, schandaal, schel, schrik, schrikkelijkheid, smart, somberheid, spanning, spektakel, stokerij, stoornis, storen, storing, strubbeling, treurigheid, troebelen, tumult, verbijsteren, verbijstering, verbluffen, verbluftheid, verdriet doen, verdrieten, verkeren, verontrusten, verschrikken, verslagenheid, verstoren, verstoring, vraagpunt, vraagstuk, vrees aanjagen, wekker, woeligheid, woeling, zich bekommeren, zich verhouden, zorg, zorgen, zorgvuldigheid, zwarigheid, aanbelang |