| Dutch |
aanbelangen, aangaan, aangelegenheid, aanslaan, alarm, alarm slaan, alarmeren, alarmsein, algemeen, bang maken, beangstigen, bebouwing, bedroefdheid, behartiging, behoud, bekommernis, bel, beladen, belang, belangrijkheid, belasten, belasting, belasting heffen op, belemmeren, benauwen, berekenen, bergen, bericht, beschuldiging, beslommeringen, besteding, betekenis, betreffen, bewaren, bewaring, bewerking, bezorgd zijn, bezwaar, boodschap, boodschappen doen, carga, collectief, commissie, consternatie, droefheid, gejaagdheid, gelden, geleding, gelid, gemeenschappelijk, gewricht, gezamenlijk, goederen, gкne, handhaving, hinder, hinderen, honorarium, in rekening brengen, inladen, instandhouding, knoop, kommer, kosten, kostprijs, laden, lading, last, lid, mistroostigheid, moeilijkheid, muizenissen, noodsein, onkosten, onraad, onrust, onthutsen, ontstellen, ontsteltenis, ontzetten, ontzetting, opbergen, opdracht, opgave, opslaan, overlast, plicht, probleem, proeven, raken, recht, rusteloosheid, scheepslading, schel, schrik, schrikkelijkheid, smaak, smaakvermogen, smaken, smart, somberheid, stoornis, storen, storing, strubbeling, telastlegging, tenlastelegging, treurigheid, uitgaaf, uitgaven, veraccijnzen, verbijsteren, verbijstering, verbluffen, verbluftheid, verkeren, verontrusten, verplichting, verschrikken, verslagenheid, verstoren, verstoring, vertering, vraagpunt, vraagstuk, vracht, vrees aanjagen, vulling, wegleggen, wegzetten, wekker, winkel, winkelen, woeligheid, zaak, zich bekommeren, zich verhouden, zich voorzien van, zorg, zorgen, zorgvuldigheid, zwarigheid, aanbelang, aanklacht |