| Dutch | agitatie, alarm, alarm slaan, alarmeren, alarmsein, bang maken, beangstigen, bel, benauwen, beroering, beweging, consternatie, doen schrikken, gejaagdheid, getier, gisting, herrie, hetze, noodsein, onraad, onrust, onthutsen, ontstellen, ontsteltenis, ontzetten, ontzetting, opgewondenheid, opschudding, opwinding, rel, roerigheid, rusteloosheid, rustverstoring, schel, schrik, schrik aanjagen, schrikkelijkheid, spektakel, stokerij, storing, troebelen, tumult, verbijsteren, verbijstering, verbluffen, verbluftheid, verjagen, verontrusten, verschrikken, verslagenheid, vrees aanjagen, wekker, woeligheid, woeling, aanslaan, afschrikken, bang maken |