Dictionary for English, Malay, chines, Indonesian, Japanese, etc
Translation
Dutchargeloosheid, confidentie, fiducie, fiducie hebben in, geloof, naпveteit, toevertrouwen, vertrouwelijke mededeling, vertrouwelijkheid, vertrouwen, vertrouwen hebben in, vertrouwen op, vertrouwen stellen in, afgaan op
English commission. 3 order of the day. 4 speech, mandate, mandate. 2 intruction, message., /amanat/ trusteeship, trust
German vertrauen, treuhand
Greek αποστολή
Latin fides, fiducia, fides
Norwegian tillitene
Polish ufność
Russianдоверие, верить
Serbianpoverenje, veresija. dati, nada
Swahili amana