| Chinese |
sù, shàng shēng, shàng zhǎng, shēng qǐ, 上升, 上昇, 上漲, 昇起, 謖, 上升, 上涨, 升起, 谡 |
| Dutch |
aangroei, aangroeien, aanpakken, aanrukken, aanwakkeren, attenderen op, attent maken op, bespoedigen, beuren, bevorderen, bieden, bijschuiven, dresseren, een lied aanheffen, een wenk geven, fokken, gaan naar, gaan staan, genaken, groeien, grootbrengen, heffen, in aantocht zijn, influisteren, inzetten, kweken, lenen, naar voren brengen, nabij komen, nader treden, naderbij komen, naderen, opdrijven, opfokken, opgaan, ophalen, ophogen, opkomen, opkweken, opleiden, oplopen, opmarcheren, opmars, opperen, oprichten, opschieten, opstaan, opvoeden, promoveren, rijzen, sterker worden, stijgen, suggereren, telen, terugzetten, tillen, toename, toenemen, uitbouwen, uitbouwing, uitbreiden, uitlenen, uitloven, veld winnen, vergroten, vergroting, verhaasten, verheffen, verhogen, vermeerderen, vermeerdering, verrijzen, versnellen, vervroegen, vlotten, voordragen, voorschieten, voorslaan, voorstellen, voortgang, vooruitbrengen, vooruitgaan, vooruitgang, voorwaarts gaan, vorderen, vordering, wassen, zich voordoen, aanbieden |
| German |
ansteigen, anstieg, aufgang, erhцhung, steigen, anlaufen |
| Greek |
ανατέλλω, ανατέλλω |
| Indonesian |
pendakian |
| Italian |
sorge, sorge |
| Japanese |
agari, botsu, eitatsu, joutou, kaibou, keage, kigen, koujou, kouki, kouruu, koushin, noborichoushi, noboridzoushi, takamari, touki, あがり, えいたつ, かいぼう, きげん, けあげ, こうき, こうしん, こうじょう, こうりゅう, じょうとう, たかまり, とうき, のぼりちょうし, のぼりぢょうし, ぼつ, 上がり, 上り調子, 上騰, 亢進, 勃, 向上, 栄達, 海膨, 興起, 興隆, 起原, 起源, 蹴上, 蹴上げ, 騰貴, 高まり |
| Korean |
상승 |
| Latin |
orior oriri ortus, orior |
| Malay |
bermata air, bersumber, bukit -, give ~ to:menyebabkan, kecil, kenaikan, memberontak, menimbulkan, menunda, naik, tambahan, tanjakan |
| Norwegian |
steget, steget |
| Polish |
wzrost, wzrost |
| Russian |
восставать, восход, вставать, начало, повышение, подниматься, подъем, происходить, просхождение, усиливаться, возвышаться |
| Serbian | povisica, uspon, dizanje |
| Spanish |
subir, elevбndose |
| Swahili |
amka, amka |
| Swedish |
steg, steg |