| Dutch |
afgaan, baan, bedrading, begaan, bericht, bestijgen, bewerking, bezoek, bezoeken, boodschap, circuit, commissie, cursus, daad, doorgang, gang, gebruik, geding, gedoe, gerechtszaak, gevecht, gewoonte, handeling, ingreep, invloed, inwerking, kamp, kamrad, kamwiel, koers, leergang, loopplank, lopen, machinerie, manier, marcheren, mars, mechanisme, onbenullig, opdracht, operatie, opgaan, optreden, opzoeken, overgang, overloop, parcours, passage, plat, prestatie, proces, radheid, rechtsgeding, rijstrook, route, schaal, schotel, slag, snelheid, spoed, strijd, tandrad, tandwiel, tempo, tippel, tippelen, toedoen, tracй, traject, trant, treffen, triviaal, usance, vaart, vaartje, veldslag, verloop, verrichting, versnelling, visite, vlugheid, vulgair, wandelen, wandeling, weg, werk, werking, wijze, zet, actie |