Dictionary for English, Malay, chines, Indonesian, Japanese, etc
Translation
Chinese bān yùn, dài, dān, hé, qián, shū sòng, yùn zài, 何, 儋, 帶, 揵, 搬運, 輸送, 運載, 何, 儋, 带, 揵, 搬运, 输送, 运载
Dutch aankomen, aanschaffen, aanvatten, afhalen, afwachten, arriveren, behalen, belanden, bereiken, besturen, betrekken, brengen, buit maken, de weg wijzen, deelachtig worden, doen, doorbijten, doorstaan, doorzetten, dragen, dulden, gaan halen, gedrag, geleiden, genieten, halen, harden, houding, inhalen, krijgen, laten, laten doen, laten komen, leiden, lijden, maken, naar buiten brengen, nemen, ondergaan, ontbieden, ontvangen, oprapen, pakken, plakken, raken, reiken tot, resideren, rondleiden, te wachten staan, terechtkomen, toucheren, treffen, uithouden, uitreiken, uitstaan, vatten, velen, verbeiden, verblijf houden, verdragen, verkrijgen, verschaffen, verstrekken, vertoeven, verwachten, verwerven, verwijlen, voeren, voet bij stuk houden, volharden, volhouden, voorhebben, wachten, wandel, wijlen, worden, zich voorzien van, aanbelanden
French portent
German fьhren, tragen, ьbertragen, bringen
Greek άγω
Indonesian membawa
Japanese hansou, はんそう, キャリー, 搬送
Latintransporto, transmitto
Malay bawa, bergaya, berhasil, bersikap, kan, memanjangkan, membujuk, memenangkan, mempengaruhi, menembakkan, meneruskan, mengalirkan, mengatasi, menguasai, menyalur-, sokongan, terdengar
Norwegian bжre
Polish nieść
Portuguese carreais
Russian носить, поддерживать, продавать, возить
Serbianprenos, teret, nosenje
Spanish llevar, cargar
Swahili beba
Swedish bдra