| Chinese |
dǎ, jì, jì rán, zì, 打, 既, 既然, 自, 打, 既, 既然, 自 |
| Dutch |
al vanaf, aldaar, alhier, als, bij wijze van, blijkens, daar, daarginds, daarheen, dat, datgene, degene, die, diegene, door, doordat, er, gene, ginds, hetgeen, hetwelk, hier, hierheen, hierzo, hoe, ingevolge, kijk, langs, met ingang van, naar, omdat, sedert, sinds, toen, tot, van, vanaf, vermits, volgens, voor, wanneer, want, wat, welk, welke, wie, wijl, ziedaar, ziehier, ziezo, zoals, zulks, aangezien |
| Japanese |
irai, izen, izenni, kiri, ueha, いぜん, いぜんに, いらい, うえは, きり, 上は, 以前, 以前に, 以来, 切り, 已前 |